Gek

Toeneerst, toen we van de anti-psychiatrie ineens allemaal normaal moesten zijn, was er ook ooit zo’n postercampagne met een nepspiegel erin dat het vroeg:
Ooit een normaal mens gezien? En, beviel het?
Dat was dan dat we allemaal gek of normaal waren.
Nu zeggen mensen het vaak ook als ik zeg ik gek ben.
“Ach, maar wat is gek?” zeggen ze dan.
En beginnen snel over iets anders, want stel dat je zomaar antwoord op retorische vragen gaat geven, dat wil niemand. (Wollt Ihr die totalen Krieg? (of is het ‘den’?))

Nu koketteert iedereen er dus lustig op los met gek zijn, wat ik al schreef.

Het blijft me irriteren daarom zeik ik erover door. Als gek zijnde krijg je van de gewone mensen altijd alleen maar lulkoek of domme vragne om je oren. Vragen hoe een paniek- of angstaanval dan voelt.
Leg je het uit met een voorbeeld dat je denkt dat ze kunnen begrijpen, dan wordt het snel gebagatelliseerd, of zijn zullie ook wel eens bang, maar daar moet je overheen stappen.
Dat anti-depressiva wél werken, kan niet, in hun krant stond dat het placebo-effect is, dus je lkaat je voor de gek houden, en gek verklaren.
(Ik zwijg even over de oeverloze zeik die een depressie patiënt krijgt)

Hoe het voelt dat je aldoor en altijd en eeuwig bang bent dat iemand je in de steek laat. Hoe je daar mee probeert om te gaan door steeds opnieuw uit t proberen of iemand je éch niet in de steek laat, die er dan vervolgens, volkomen begrijpelijk, gillend vandoor gaat, en jij je gelijk weeral hebt: ze laten me in de steek.
En vertel me godverdomme nou niet hoe ik dat moet oplossen, of hoe ik daar mee om moet gaan. En ook niet dat jij me nie in de steek laat, want die garantie is er niet.

Het is gewoon de hel.
Gewoon.
De Hel, zoals gewoonlijk, de anderen.

Les

Ik was ooit op de sociale academie, hoe het nu heet, weet ik niet, alleen maar dat ik er uiteindelijk afgetrapt ben.
Dn moest je stage lopen, en daar was bij, het nederlandse les geven aan gastarbeiders.
Ik ging dat doen, want ik was goed met taal, althans, ik kon, kan, redelijk foutloos spellen en de grammatica zit er in geheid.
Het was leuk. Het was geweldig om te doen. Al die mannen met die enorme snorren kregen gezichten en persoonlijkheden en kwamen uit exotische landen zoals Turkije, Marokko en Kaapverdië.
Ze leerden moeizaam, want vaak analfabeet, en dan was het een uitdaging om te bedenken hoe dat aan te pakken. Veel methodes waren er niet, namelijk, en wat er was, was vaak te hoog gegrepen.
Ik las ook Paolo Freire en dat was wat ik al deed en ook wou doen.
Toen kwam er een vacature van Vluchtelingenwerk voorbij om les te geven. Nederlands leren was weliswaar verboden, maar ‘de jongens’ verveelden zich te pletter, procedures duurden jaren, dus er moest iets.
De eerste keer ging ik er met trillende beentjes heen, ik had gezien dat er heel veel ‘afrikanen’ bij waren en hoe houd je in godschristus naam al die donkere gezichten uit elkaar? Ik was zo bang dat fout te doen.
Het duurde niet langer dan in een relatief blank gastarbeidersgroepje. De opluchting dat iedereen gewoon andere gezichten had. Kaartjes uitdelen en de namen waren makkelijk te onthouden en nooit meer over nagedacht.
Het lesgeven was zo mogelijk nog leuker, veel jongens hadden bij de Alliance Française op school gezeten en spraken dus frans. En dan wordt grammatica geven een stuk makkelijker.
Pas later kwamen de vrouwen en de meisjes, voor wie zich het afvraagt.